Ja, maar voor de uren gefinancierd in het kader van de maribel mag er geen enkele vorm van dubbele
financiering zijn. Indien u voor een maribelwerknemer al een tussenkomst in de loonkost ontvangt (bv VOP,
gewaarborgd loon bij een arbeidsongeval, educatief verlof,…) of een rsz-vermindering krijgt (bv activa,
webplus,…) mag u deze kosten niet doorrekenen aan de kamer/het fonds en moet u ze in mindering brengen
op uw trimestriële prestatiestaten.
Ja, zolang het gaat om bijkomende uren en er geen dubbele financiering is voor de uren die gefinancierd
worden in het kader van de maribel. Op de trimestriële prestatiestaat mag enkel de tewerkstellingstijd en
overeenkomstige loonkost ten laste van de maribel doorgegeven worden. Hoe overige uren (niet in het kader
van de maribel) gefinancierd worden maakt niet uit voor de kamer/het fonds. Bijvoorbeeld: een poetsvrouw
die voltijds presteert, kan halftijds tewerkgesteld zijn via dienstencheques en halftijds gefinancierd worden
in het kader van de maribel.
Indien de maribelwerknemer van een voltijdse maribeltewerkstelling geniet en 4/5de wenst te werken, bent
u verplicht deze tewerkstellingstijd te compenseren. Dit kan door een nieuwe aanwerving of een
maribeldoorschuiving of een verhoging van de tewerkstellingstijd van een werknemer reeds in dienst.
Het gedeelte van de loonkost dat het loonplafond overstijgt, is ten laste van de werkgever.
De kamer/het fonds beschouwt alle niet gepresteerde maar wel uitbetaalde uren als gelijkgestelde uren (bv.
de kosten voor het gewaarborgd maandloon, verlofgeld.…).
Voor de berekening van het maximum aantal te presteren uren op jaarbasis baseert de kamer zich op de
toegepaste uren/week in de instelling en het aantal werkdagen in het betrokken kalenderjaar: bv:
maximum te presteren uren voor 2010 met 38uur/week: 7,6 x 261 dagen = 1983,60 uren per vte
maximum te presteren uren voor 2010 met 40uur/week: 8 x 261 dagen = 2088 uren per vte
maximum te presteren uren voor 2010 met 36uur/week: 7,2 x 261dagen = 1879,20 uren per vte
De tussenkomst van het maribelfonds omvat de totale loonkost van de werknemer, zijnde het brutoloon van
de werknemer verhoogd met de werkgeversbijdrage voor de Sociale Zekerheid. Het brutoloon omvat het loon
alsook alle vergoedingen en voordelen die aan de werknemer verschuldigd zijn door of krachtens de
wettelijke of reglementaire bepalingen. De werkgever moet de van toepassing zijnde collectieve
arbeidsovereenkomsten inzake loon- en arbeidsvoorwaarden voorzien in zijn sector respecteren.
Neen. Elke sector heeft zijn eigen plafond. Dit plafond kan rekening houdend met de noden van de sector en
de beschikbare middelen van de kamer/het fonds worden verhoogd. Ook de voorschotten die worden betaald
door de kamer/het fonds zijn sectorgebonden en afhankelijk van de beschikbare middelen van de kamer/het
fonds. Om het plafond te kennen voor uw sector en informatie over de voorschotten (bedrag,
uitbetalingsdata…) verwijzen we u door naar onze website.
Neen, de wetgeving voorziet niet in een automatische indexering, noch van het plafond, noch van de dotaties
en er is ook geen aanpassing voorzien voor anciënniteitsverhogingen.
De kamer/het fonds betaalt voorschotten uit per trimester. Om het bedrag en de betalingsdata van de
voorschotten voor uw sector te kennen verwijzen we u door naar onze website. Wordt de toekenning een
maand of langer niet ingevuld dan wordt het voorschot pro rata verminderd. Met niet-invullingen van minder
dan een maand wordt voor de berekening van de voorschotten geen rekening gehouden.
De kamer/het fonds controleert het aantal gepresteerde en gelijkgestelde uren en bepaalt per
maribelwerknemer de gesubsidieerde uren en de gesubsidieerde loonkost. De kamer/het fonds zal de
tussenkomst beperken tot het maximale loonplafond (sectorgebonden en te raadplegen op onze website) per
vte per jaar. Vervolgens wordt per instelling nagekeken hoeveel er reeds aan voorschotten betaald werd en
wordt het saldo berekend.
De kamer/het fonds betaalt trimestriële voorschotten op basis van de reeds ontvangen contracten, voor het
lopende trimester. De uitbetalingsdata verschillen per kamer/fonds en de exacte data kunt u op onze website
terugvinden. In de maand februari-maart wordt jaarlijks de afrekening opgemaakt van het voorbije
kalenderjaar. Indien er een positief saldo is wordt dit door de kamer/het fonds bijkomend uitbetaald voor
eind april, een negatief saldo moet door de instelling teruggestort worden.