Waar komen de Maribel-dotaties vandaan?
De Sociale Maribel dotatie
De Sociale Maribel wordt gefinancierd via verminderingen van de werkgeversbijdragen die door de werkgevers aan de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid (RSZ) worden betaald. Elke werknemer die minstens halftijds in de sector tewerkgesteld is, opent het recht op een forfaitaire vermindering van de werkgeversbijdrage. Deze verminderingen worden afgehouden van de werkgeversbijdragen en vormen de Maribel-dotatie bij de RSZ. Deze dotaties worden vervolgens doorgestort aan de Maribelfondsen, die ze herverdelen aan de werkgevers in de vorm van bijkomende tewerkstelling.
De fiscale Maribel dotatie
De Fiscale Maribel is een bijkomende dotatie die wordt gefinancierd via een verhoging van de vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing.
Momenteel bedraagt deze vrijstelling 1% van de bedrijfsvoorheffing.
De FOD Financiën stort deze middelen via de RSZ door naar de Maribelfondsen. De bedragen berekent men op basis van de loonmassa en variëren dus van maand tot maand.
Plafonds
De Kamer subsidieert de Maribel-werknemer tot een vastgesteld plafond. Dit plafond bepaalt de maximale financiële tussenkomst van de Kamer in de loonkost van de Maribel-werknemer.
Vanaf 01/01/2026 bedragen de plafonds:
- € 45.200,00 per voltijds equivalent (VTE) per jaar voor REVA NL (330.01.41)
- € 42.800,00 per voltijds equivalent (VTE) per jaar voor REVA FR (330.01.42)
Dit plafond kan worden verhoogd op basis van een unaniem besluit van het Beheerscomité van de Kamer, en op voorwaarde dat de financiële middelen dit toelaten.
Het deel van de loonkost dat dit plafond overschrijdt, is ten laste van de werkgever.
Definitie van de loonkost:
- Het brutoloon van de werknemer overeenkomstig de sectorale baremieke loonschalen en de loonvoorwaarden voor de uitgeoefende functies.
- De werkgeversbijdragen voor de sociale zekerheid.
- Alle vergoedingen en voordelen die aan de werknemer verschuldigd zijn krachtens wettelijke of reglementaire bepalingen, evenals de voordelen die verschuldigd zijn op basis van de collectieve arbeidsovereenkomsten die zijn afgesloten binnen het (sub)paritair comité waaronder de werkgever ressorteert.
Uitzonderingen:
- Kosten van een groepsverzekering
- Kosten van de arbeidsongevallenverzekering of van de dienst voor arbeidsgeneesheer controle
- Kosten van het sociaal secretariaat
- Terugbetalingen van onkostenvergoedingen
- Voordelen voorzien in een CAO op ondernemingsniveau, zoals de hospitalisatieverzekering, groepsverzekering, …
- Eventuele verbrekingsvergoeding
Betalingsperiode
De uitbetaling van de Maribel-subsidie door de Kamer gebeurt in twee stappen:
- Het trimestrieel voorschot, berekend op basis van € 9.800,00 (NL) en € 9.000,00 (FR) per VTE/gerealiseerde VTE. De voorschotten betaalt de Kamer in de eerste maand van elk kwartaal uit. Op voorwaarde dat alle nodige documenten (kopieën van arbeidsovereenkomsten, eventuele opleidingsattesten) tijdig aan de Kamer zijn bezorgd en dat het vak Qbis correct is ingevuld in de DmfA-aangifte voor elke betrokken werknemer.
- De jaarlijkse financiële afrekening verrekent het resterende saldo indien de loonkost en de bezoldigde uren dit rechtvaardigen. De Kamer gebruikt hiervoor de loongegevens uit het vak Qbis in de DmfA-aangifte van het kalenderjaar. De Kamer bezorgt de jaarlijkse financiële afrekening uiterlijk tegen het einde van april van het volgende jaar aan de instelling.
Opmerking: De Kamer kan haar betalingswijze aanpassen.